Nationale consensus pijnmeting bij volwassenen in het ziekenhuis.

Zorgprofessional opgelet! Bij welke patiënten vind jij dat pijn standaard moet worden gemeten (inclusief duur en frequentie)? En bij welke niet? Ben jij BIG-geregistreerd (of geregistreerd volgens het kwaliteitsregister NVAM) en werk je nu al minimaal 2 jaar in het ziekenhuis? Dan is dit je kans om je stem te laten horen in het nationale onderzoek voor indicatie pijnmeting in ziekenhuizen! Als je het hele onderzoek je mening geeft, maak je kans op iets leuks als vergoeding voor je tijd! Graag delen met zoveel mogelijk collega's.

Aantal inschrijvingen: 236

Soraya Baroud, RN (sbaroud@delphistudie.nl)
Rianne van Boekel, Phd RN
Peter Vink, PhD RN

Ronde 4

We zijn momenteel bezig met de analyse van Ronde 3, je ontvangt spoedig bericht over de resultaten en voortgang van de studie.

Tussentijdse Resultaten

Consensus per patiëntengroep wordt berekend voor 3 onderdelen, namelijk indicatie, duur en frequentie van pijnmeting.

Indicatie: We vragen uw mening op een schaal van 1 (helemaal niet mee eens) tot 5 (helemaal mee eens). Voor consensus hebben we een gemiddelde score van 3,5 of hoger nodig en moet 75% van de groep minder dan 1 punt uit elkaar zitten.

Frequentie & Duur: Ook voor deze onderdelen is een afkappunt opgesteld voor consensus. Minimaal 70% van de deelnemers moeten hetzelfde antwoord geven voor frequentie en duur van pijnmeting per patiëntengroep om te spreken van consensus.

Patiënten met bewezen analgesie door een aandoening.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten die een procedure of ingreep ondergaan, waarvan uit onderzoek is gebleken dat de kans op pijn verwaarloosbaar is.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten die eerder pijn hebben aangegeven.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten die minimaal 3 dagen achtereen aangeven dat de pijn acceptabel is.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten die minimaal 3 dagen achtereen aangeven geen pijn te hebben.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten die na eerste pijnmeting aangeven dat de pijn acceptabel is.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met (risico op) acute pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met (risico op) chronische pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met (risico op) neuropatische pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met (risico op) pijn, ongeacht het soort pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met actueel gebruik van verdovende en/of verslavende middelen.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met acute pijn die niet gerelateerd is aan een operatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met angina pectoris.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met behandeling voor pijnklachten.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met benauwdheidsklachten.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met brandwonden.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met buikklachten.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met chemotherapie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met chronisch gebruik van analgetica.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met chronische pancreatitis.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met chronische pijn zonder verergering van klachten tijdens opname.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met diabetes.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een manuele placentaverwijdering.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een neurologisch trauma.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een neurologische aandoening.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een neurologische complicatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een obstetrie operatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een oncologische aandoening in de palliatieve fase.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een oncologische operatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een ontsteking aan de huid.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een oogoperatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een operatie aan de extremiteiten.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een operatie aan het zenuwstelsel.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een operatie aan keel-, neus- of oren.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een operatie aan mond, kaak of aangezicht.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een operatie met hoge mate van weefsel- en zenuwbeschadiging.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een operatie met kleine kans op complicaties.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een operatie, ongeacht specialisme of soort ingreep.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opname vanwege infusietherapie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opname wegens sociale indicatie.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opnameduur korter dan 1 dag.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opnameduur langer dan 2 weken.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opnameduur langer dan 3 dagen die aangeven dat de pijn acceptabel is.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opnameduur langer dan 3 dagen.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een ingreep waarbij pijnscore hoger is dan 3.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een intra arteriële ingreep of procedure.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een kleine ingreep en weinig weefselschade.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een kwetsbare status.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een langdurige opname voor andere problematiek dan pijn.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een langdurige opname zonder pijnklachten.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een langer bestaande pre-operatieve pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een leeftijd van 18 t/m 69 jaar.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een leeftijd van 70 jaar of ouder.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een longaanval.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opnameduur langer dan gemiddeld.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opnameduur van 1 dag.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opnameduur van 2 dagen.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een opnameduur van 3 dagen.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een orgaantransplantatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een palliatief beleid.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een pijnloze ingreep/procedure.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een pijnsyndroom.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een plastische chirurgie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een procedure/ingreep waarna een risico op pijn bestaat.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een procedure/ingreep, ongeacht het soort procedure/ingreep.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een prothese.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een pulmonale operatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een punctie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een ribfractuur.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een risico op catastroferen zonder onderliggend psychiatrisch lijden.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een risico op complicatie na regionale anesthesie (spinaal, epiduraal, perifeer blok).
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een risico op complicatie na stentplaatsing (dissectie of dislocatie).
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een risico op een infectie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een risico op een nabloeding.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een risico op postoperatieve complicatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een scopie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een taalbarrière.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een thoracale operatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een trauma.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. wel consensus voor duur.

Patiënten met een TUR-blaas operatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een urologisch operatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een vaataandoening.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een vaatoperatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een vaginale partus zonder complicaties.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een verhoogde kans op chronificatie van postoperatieve pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een verhoogde suggestibiliteit.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een verstandelijke beperking.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met een zwangerschap zonder infectie of operatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met geestelijke pijn (existentiële pijnklachten).
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met goed ingestelde pijnmedicatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met hartritmestoornissen.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met hoge pijnscores waarbij geen extra pijnbestrijding mogelijk is.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met hyperemesis (zwangerschapsbraken).
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met immobiliteit.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met kanker opgenomen met dyspnoe.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met kanker.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met klein leed waarbij de zorgverlener denkt dat deze weinig pijn ervaren.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met koorts.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met laparotomie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met neuropathische pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met oncologische pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met operatie met hoog risico op complicatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met operatie vanwege een aneurysma.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met pijn in de anamnese.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met pijn in de voorgeschiedenis.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met pijnmedicatie tijdens zwangerschap.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met pijnmedicatie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met psychische of psychiatrische aandoening.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met reuma.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op angst en/of depressie.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op complicatie na biologische oncologische behandeling.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op complicatie na experimentele oncologische behandeling.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op complicatie na medicamenteuze oncologische behandeling.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op complicaties na radiotherapie
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op complicaties vanwege co-morbiditeit.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op decubitus.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op een delier.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op fantoompijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op functieverlies.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op infectie tijdens zwangerschap.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met risico op pulmonale complicaties.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met sikkelcelziekte.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met thoracale pijn.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met uitingsbeperkingen.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met verdraaiing van de geslachtsorgaan (torsio testis en torsio ovarium).
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. wel consensus voor duur.

Patiënten met wondroos.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten waarbij de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten zonder lichamelijke pijnklachten op een psychiatrie afdeling.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten zonder pijn.
geen consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten zonder pijnbestrijding tijdens bevalling.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten zonder uitingsproblemen die zelfstandig pijn aangeven.
wel consensus voor indicatie. geen consensus voor frequentie. geen consensus voor duur.

Patiënten met doorbraakpijn.

Patiënten met een aandoening die niet gepaard gaat met chronische pijn of gebruik van pijnmedicatie.

Patiënten met een acuut myocardinfarct.

Patiënten met een algeheel onderzoek bij opname.

Patiënten met een amputatie.

Patiënten met een baring.

Patiënten met een cardiologisch operatie.

Patiënten met een cerclage plaatsing.

Patiënten met een chronische aandoening.

Patiënten met een diagnostische ingreep.

Patiënten met een drain- of lijnplaatsing.

Patiënten met een dwarslaesie.

Patiënten met een endocriene operatie.

Patiënten met een gastro-intestinale operatie.

Patiënten met een geriatrische aandoening.

Patiënten met een gynaecologisch ingreep.

Patiënten met een gynaecologisch operatie.

Patiënten met een hechting van ruptuur na bevalling.

Patiënten met een herhaalde operatie.

Patiënten met een hersenbloeding.

Patiënten met een infectie.

Patiënten met een ingreep onder lokale verdoving.

Informatie

Met dit onderzoek willen wij inzichtelijk maken bij welke klinisch opgenomen volwassen patiënten het van belang is om structureel pijn te meten in ziekenhuizen, inclusief duur en frequentie en bij welke patiënten dit niet standaard nodig is. Wij streven om een mate van consensus te bereiken onder zorgprofessionals, over de indicatie voor structurele pijnmeting in ziekenhuizen.

Sinds het VMS-programma (2008-2012) is er in toenemende mate aandacht gekomen voor pijnmeting bij alle patiënten in het ziekenhuis. De opdracht uit dit programma was ‘meet pijn minimaal drie keer per dag’. In opvolgende gepubliceerde richtlijnen is deze uitspraak deels overgenomen of verder genuanceerd. Zo stelt de huidige versie van de ‘Richtlijn postoperatieve pijn’ geen frequentie meer voor en staat bij de richtlijnen ‘Pijnmeting bij patiënten met kanker’ en ‘Pijn bij COPD of hartfalen’ ‘meet pijn regelmatig’ met een verschillende frequentie per setting. Een wetenschappelijke onderbouwing voor de duur en frequentie lijkt echter nog te ontbreken, waardoor men zich in de praktijk afvraagt of structurele pijnmeting wel nodig is bij alle groepen patiënten en wanneer men kan afwijken van de ‘meet pijn minimaal drie keer per dag’-norm.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een student van de Master Evidence Based Practice in Healthcare ter Universiteit van Amsterdam, onder begeleiding van twee pijnexperts van het Amsterdam UMC locatie AMC en Radboudumc.
U kunt deelnemen aan het onderzoek als u 18 jaar of ouder bent, BIG-geregistreerd (of geregistreerd volgens het kwaliteitsregister NVAM) en minimaal 2 jaar werkervaring heeft in het ziekenhuis. Verder is het van belang dat u patiënten behandelt die (mogelijk) pijn ervaren tijdens een klinisch opname. U participeert vrijwillig aan het onderzoek en bent bereid om uw kennis en ervaring omtrent het meten van pijn bij patiënten te delen.

Informatiebrief

Nationale consensus pijnmeting bij volwassenen in het ziekenhuis.

Geachte zorgprofessional,

U ontvangt deze brief om u te informeren en uit te nodigen om deel te nemen aan een onderzoek naar nationale consensus over pijnmeting bij volwassen patiënten in ziekenhuizen. In deze brief leggen wij u uit wat het onderzoek precies inhoudt. Leest u deze brief rustig door voordat u besluit wel of niet mee te doen aan het onderzoek.

Wat is het doel?

Met dit onderzoek willen wij inzichtelijk maken bij welke klinisch opgenomen volwassen patiënten het van belang is om structureel pijn te meten in ziekenhuizen, inclusief duur en frequentie en bij welke patiënten dit niet standaard nodig is. Wij streven om een mate van consensus te bereiken onder zorgprofessionals, over de indicatie voor structurele pijnmeting in ziekenhuizen.

Waarom is deze studie van belang?

Sinds het VMS-programma (2008-2012) is er in toenemende mate aandacht gekomen voor pijnmeting bij alle patiënten in het ziekenhuis. De opdracht uit dit programma was ‘meet pijn minimaal drie keer per dag’. In opvolgende gepubliceerde richtlijnen is deze uitspraak deels overgenomen of verder genuanceerd. Zo stelt de huidige versie van de ‘Richtlijn postoperatieve pijn’ geen frequentie meer voor en staat bij de richtlijnen ‘Pijnmeting bij patiënten met kanker’ en ‘Pijn bij COPD of hartfalen’ ‘meet pijn regelmatig’ met een verschillende frequentie per setting. Een wetenschappelijke onderbouwing voor de duur en frequentie lijkt echter nog te ontbreken, waardoor men zich in de praktijk afvraagt of structurele pijnmeting wel nodig is bij alle groepen patiënten en wanneer men kan afwijken van de ‘meet pijn minimaal drie keer per dag’-norm.

Wie organiseert en financiert deze studie?

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een student van de Master Evidence Based Practice in Healthcare ter Universiteit van Amsterdam, onder begeleiding van twee pijnexperts van het Amsterdam UMC locatie AMC en Radboudumc.

Wie kan er meedoen?

U kunt deelnemen aan het onderzoek als u 18 jaar of ouder bent, BIG-geregistreerd (of geregistreerd volgens het kwaliteitsregister NVAM) en minimaal 2 jaar werkervaring heeft in het ziekenhuis. Verder is het van belang dat u patiënten behandelt die (mogelijk) pijn ervaren tijdens een klinisch opname. U participeert vrijwillig aan het onderzoek en bent bereid om uw kennis en ervaring omtrent het meten van pijn bij patiënten te delen.

Waarom ben ik gevraagd voor dit onderzoek?

U werkt als zorgprofessional in een Nederlandse ziekenhuis. Uw mening over het structureel meten van pijn bij klinisch opgenomen patiënten is van belang voor ons onderzoek. Met uw inbreng en die van andere zorgprofessionals is het mogelijk om (een mate van) consensus te bereiken vanuit het perspectief van de professional.

Ben ik verplicht om deel te nemen?

Uw participatie is geheel op vrijwillige basis. U kunt zich terugtrekken wanneer u wilt en zonder opgaaf van redenen.

Hoe gaat de studie in zijn werk?

In april 2021 tot juli 2021* zullen drie zogeheten ‘Delphi rondes’ plaatsvinden. U wordt gevraagd om een digitale vragenlijst in te vullen om vast te stellen bij welke patiëntengroepen pijn gemeten moet worden, hoe vaak en hoelang en bij welke patiënten dit niet nodig is. U heeft 2 weken de tijd om de vragenlijst in te vullen. Iedere Delphi-ronde zal per keer maximaal 20 minuten van uw tijd in beslag nemen.
* of langer indien er meer rondes noodzakelijk zijn.

Ronde 1: Bij de eerste ronde wordt u gevraagd te scoren, in hoeverre bepaalde patiënten karakteristieken van belang zijn ter indicatie, om pijnmeting te starten of te stoppen. Dit gebeurt met behulp van een Visuele Analoge schaal (VAS schaal) van 0 tot 100 punten. U heeft de mogelijkheid om meer karakteristieken in te vullen die van belang zijn ter indicatie van pijnmeting. U wordt ook gevraagd om een lange lijst van patiëntengroepen en soorten pijn te noteren die volgens u van belang zijn ter indicatie van pijnmeting.

Ronde 2: In de tweede ronde wordt u gevraagd om op een Likert schaal (1= helemaal oneens naar 5=helemaal mee eens) aan te geven, in hoeverre u het mee eens bent met de stellingen gegenereerd uit ronde 1 van de vragenlijst. U wordt gevraagd te scoren in hoeverre patiënten karakteristieken, patiëntengroepen, potentiële en actuele soorten pijn van belang zijn ter indicatie van pijnmeting. Ook wordt gevraagd om per patiëntengroep aan te geven hoelang en hoe vaak de pijnmeting moet worden uitgevoerd in uren of dagen.

Ronde 3 en verder: In de derde (en latere) ronde worden alle stellingen meegenomen die geen consensus hebben behaald in de vorige ronde. U krijgt feedback van zowel uw scores en scores van andere zorgprofessionals. U krijgt de keuze om mee te gaan met de mening van de groep of niet. Op deze manier wordt gekeken in hoeverre consensus behaald kan worden. Indien geen consensus is behaald voor een aantal stellingen, zullen deze worden meegenomen in de volgende rondes, tot maximaal zes rondes.

Wanneer wordt dit onderzoek uitgevoerd?

De studie wordt uitgevoerd in de periode van april 2021 tot juni 2021. Voor elke ronde wordt twee weken ingepland voor het invullen van de vragenlijst en twee weken voor het analyseren van data. Indien er geen consensus is bereikt na drie rondes vragenlijst, wordt de studie verlengd met maximaal zes rondes, totdat (mogelijk) consensus is behaald.

Wat zijn de mogelijke nadelen en risico’s bij participatie?

Wij zien geen mogelijke nadelen en risico’s door deelname aan dit onderzoek. Participatie geschiedt op geheel vrijwillige basis en onderzoeksdeelnemers kunnen zich op ieder moment terugtrekken zonder opgaaf van redenen.

Wat gebeurt er met uw gegevens?

Uw participatie wordt vertrouwelijk behandeld. U wordt gevraagd aan het begin van de studie om uw persoonlijke informatie op te geven via de website. Met uw e-mail adres ontvangt u een unieke link voor deelname aan het onderzoek. Voor dit onderzoek hebben wij enkele demografische gegevens van u nodig zoals geslacht, leeftijd en functie. Uw gegevens worden anoniem behandeld. Persoonlijke informatie wordt gereguleerd volgens de AVG-wetgeving en verwijderd uit de database aan het eind van het onderzoek. Verder wordt de verzamelde data elektronisch opgeslagen in versleutelde bestanden en wordt niet met derden gedeeld. De data worden voor maximaal 15 jaar bewaard.
Voor meer informatie over privacy verwijzen wij u naar ons privacy pagina.

Wat zal er met de onderzoeksresultaten gebeuren?

Wanneer het totale onderzoek is afgerond wordt hierover een wetenschappelijk artikel gepresenteerd. Op basis van de resultaten zal verder worden bepaald wat er nodig is voor (mogelijke) aanpassing van bestaande richtlijnen voor pijnmeting in ziekenhuizen. De verwachte einddatum van het onderzoek is september 2021.

Bij wie kan ik terecht bij vragen of opmerkingen?

Bij vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met de onderzoeker(s). Dit kan per e-mail. De contactgegevens vindt u onderaan deze brief.

Bedankt voor uw aandacht,
Namens het onderzoeksteam,

Soraya Baroud, RN (sbaroud@delphistudie.nl)
Rianne van Boekel, Phd RN
Peter Vink, PhD RN